
Jurisprudentie
BC1766
Datum uitspraak2008-01-11
Datum gepubliceerd2008-01-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/5065 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-01-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/5065 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Weigering WAO-uitkering. Juistheid vastgestelde belastbaarheid.
Uitspraak
05/5065 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2005, 05/245 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H. van der Wal, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2007, waar appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegen-woordigen door W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 16 december 2004 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 februari 2004, strekkende tot de weigering van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) per 22 oktober 2003, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Deze houden -kort samengevat- in dat bij het opstellen van de beperkingen geen rekening is gehouden met de rugklachten van appellant en dat de geduide functies hierdoor onzorgvuldig zijn vastgesteld.
De Raad overweegt als volgt.
Voor wat betreft het medische gedeelte kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. De Raad stelt hierbij vast dat de verzekeringsarts na onderzoek van appellant heeft vastgesteld dat de rugfunctie goed is en dat er geen tekenen zijn die duiden op een radiculaire prikkeling. Nu door appellant geen medische gegevens in geding zijn gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een onderschatting van de beperkingen van appellant, waaronder de rugbeperkingen, concludeert de Raad dat de medische grondslag van het bestreden besluit als juist kan worden aanvaard.
De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat appellant niet in staat is om de in aanmerking genomen arbeid te verrichten. Naar het oordeel van de Raad zijn de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid genoegzaam gemotiveerd. Vastgesteld kan worden dat de schatting hiermee op goede gronden berust en dat terecht WAO-uitkering aan appellant is geweigerd.
Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
MH

